Dit verhaal zit vol met nostalgie en gaat over Leeuwarden. Aan de hand van een klassenfoto van een schoolreisje uit 1960 probeert de schrijver ( een zoon van oud-wethouder van Leeuwarden en oud-kamerlid Jan T. Vellenga) te achterhalen wat er van de kinderen uit zijn klas geworden is. De foto is van de zesde klas van de Telemanschool nr. 1 in het westen van de stad. Het Europaplein wordt net aangelegd en de jongens kijken hun ogen uit bij de grote machines die het grondverzet verrichten.
De hoofdstukken hebben de namen van de vakken op de lagere school en dat zorgt voor levendigheid in het verhaal. De uitblinkers en hun vriendenclubjes worden zo beschreven en dat voorkomt een droge opsomming van mensenlevens. En er wordt van alles beschreven wat ik ook nog herken: knikkeren in het voorjaar (start koninginnedag), voetballen op straat (bij de kreet POLITIE stoof iedereen een kant op), de muziek van die tijd, een ritje met een net nieuwe auto, met elkaar naar de televisie kijken op woensdagmiddag, en de eerste kusjes.
En de hoofdmeester was streng en deinsde niet terug voor lichte lijfstraffen, als het uit de hand dreigde te lopen. Gelukkig was de meester van de vijfde een rasverteller en kon die het erg goed met de kinderen vinden.
Het is interessant om te lezen wat iedereen in het leven heeft meegemaakt, maar het leukst is het om vijftig jaar terug in de tijd gegooid te worden en dat voor een moment opnieuw te beleven. Ik heb mij er twee middagen prima mee vermaakt. Het verhaal beschrijft in het laatste gedeelte de onvermijdelijke réunie. Dat is voor mij het minste gedeelte. Maar met dit verhaal is een prachtig tijdsbeeld van Leeuwarden, maar vermoedelijk ook andere plaatsen gemaakt.
Dit boekje druupt fan e nostalgie en gaat over Liwadden en is derom in ut Liwadders. An e hand fan un klassefoto fan un skoolreiske út 1960, probeart de skriever (un soon van wethouwer Jan T .V.) ut te finen wat der met de kienders gebeurt is in ut leven. De foto is fan e sesde klas fan Telemannskool nr 1 in ut westen fan e stad. Ut Europlein wurdt krek anleit en de meeste jonges sien hun ogen út bij de groate machines die der besig binne.
De hoofdstukken hewwe de namen fan e fakken op e lagere skool en dat is un útfynst. Derdur wurdt het ferhaal levendig en blieft ut niet bij een drege opsoming fan menselevens. Dur wurdt telkes un vriendeklupke beskreven en dur komt fan alles foorby, wat ik oek nog herken: koegele in ut foorjaar, foetballe op straat, de musiek fan die tiid, un ritsje met un auto, de eerste tillevisie en de eerste tutsjes. En de hoofdmeester was streng en deinsde niet terug foor lichte liifstraffen, as ut út e han driigde te lopen. Gelukkig was de meester fan e vijfde in rasferteller en kon ie goed met de kienders overweg.
Ut is interessant om te lesen wat ieder in ut leven metmaakt het, maar ut leukst is om fyftich jaar werom in de tied gooit te wurden, en dat eefkes op e nij te beleven. Ik hew my dur twee middagen kostlik met fermaakt. Uteinliks loopt ut ferhaal út op un reunie. Ik bin niet un mens fan reunies, dus dat ik geef ik jim graag kado. Maar met dit ferhaal is prachtig tiidsbeeld fan Liwadden maakt, úteraard alleen foor fyftich-plussers. (hewwe die oek us wat foor sichself).
In tegenstelling tot dit stukje in het Liwadders is het boek in gewoon Nederlands geschreven.
- Heeft uw bibliotheek De zesde van 60?
- Korte biografie van Dirk Vellenga

